Jannah Loontjens is in Denemarken geboren, ze groeide op in Zweden en Nederland.

Loontjens doceert literatuurtheorie en literair schrijven aan o.a. de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en ArtEz.
Eind 2011 promoveert ze bij de leerstoelgroep Algemene Literatuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, op haar proefschrift Popular Modernism.

In de loop der jaren is ze de kant van literatuurwetenschap opgegaan, maar ze studeerde in eerste instantie Filosofie van Kunst en Cultuur in Amsterdam en aan de New School for Socials Research, in New York. Ze studeerde af op Heideggers denken over Hölderlin.

 

Loontjens schrijft artikelen vanuit een cultureel analytisch perspectief en ze schrijft literatuurrecensies voor deVolkskrant. Eerder schreef ze over poëzie en filosofie voor o.a. De Groene Amsterdammer en het poëzietijdschrift Awater.

Haar roman Veel geluk, die zich deels in Zweden afspeelt en deels in Den Haag, is in januari 2007 bij Prometheus verschenen. Haar tweede, veelgeprezen roman Hoe laat eigenlijk is in januari 2011 verschenen.

Haar dichtbundel Varianten van nu verscheen in 2002 bij Bert Bakker, haar tweede bundel Het ongelooflijke krimpen in 2006 bij Prometheus.
Ze publiceerde gedichten in o.a. de literaire tijdschriften Awater, Het Liegend Konijn, Raster en Parmentier.
Haar gedichten werden onder meer opgenomen in Komrij's Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten (Bert Bakker, 2004), Dagkalender van de poëzie 2004 & 2006 (Meulenhoff, 2004 / 2006 / 2008), De verhuizing (Prometheus, 2003), Nooit te vangen met haar eigen pen; de vrouwelijke stem in de Nederlandstalige poëzie in 200 gedichten (Poëziecentrum Gent, 2005), Vonken (Prometheus, 2007).

   
   
Copyrights 2007 / Webdesign: Xntriq.nl