Jannah Loontjens werd op 2 januari 1974 geboren in Denemarken. Ze groeide op in Zweden en Nederland. Na de middelbare school ging ze in Amsterdam Filosofie van Kunst en Cultuur studeren. In het kader van deze studie verbleef ze een jaar in New York, waar ze aan de New School for Social Research studeerde. Momenteel werkt ze aan haar proefschrift Popular Modernism bij de leerstoelgroep Algemene Literatuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Ze schrijft artikelen en houdt lezingen vanuit een cultureel analytisch perspectief op literatuur en filosofie, en schrijft recensies voor De Volkskrant en het poëzietijdschrift Awater.
Haar roman Veel geluk, die zich deels in Zweden afspeelt en deels in Den Haag, is in januari 2007 bij Prometheus verschenen.
Haar dichtbundel Varianten van nu verscheen in het najaar van 2002 bij Bert Bakker, haar tweede bundel Het ongelooflijke krimpen in januari 2006 bij Prometheus. Ze publiceerde gedichten in o.a. de literaire tijdschriften Awater, Het Liegend Konijn, Raster en Parmentier. Haar gedichten werden onder meer opgenomen in Komrij's Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten (Bert Bakker, 2004), Dagkalender van de poëzie 2004 & 2006 (Meulenhoff, 2004 / 2006 / 2008), De verhuizing (Prometheus, 2003), Nooit te vangen met haar eigen pen; de vrouwelijke stem in de Nederlandstalige poëzie in 200 gedichten (Poëziecentrum Gent, 2005), Vonken (Prometheus, 2007).
|
|